Neem contact met ons op!

Waarom een jubileum begint bij de vraag wat het moet opleveren, en niet bij de datum of de zaal.
Volgend jaar bestaat je organisatie vijftig jaar. Of vijfentwintig, of honderd. De directie wil er iets mee, het bestuur ook en iedereen kijkt naar jou. De eerste vragen gaan over de datum, de locatie en misschien een spreker. Voor je het weet organiseer je een feestavond die niemand zich over twee jaar nog herinnert.
Volgens Raymond Borsboom, eigenaar van Artifex en al 35 jaar eventmaker, begint een jubileum bij een gesprek dat niets met het feest te maken heeft.
Een jubileum voelt als een cadeautje. Er is een aanleiding, er is budget en niemand heeft er iets op tegen. Precies dat maakt het riskant, omdat de organisatie op gang komt voordat iemand heeft bepaald wat het moet opleveren.
Stel dus eerst de lastige vraag. Wat moet dit jubileum doen? Bij een ledenorganisatie draait het misschien om leden die zich opnieuw verbonden voelen. Bij een bedrijf in verandering om medewerkers die weer trots zijn op waar ze werken. Bij een organisatie die worstelt met haar imago om een buitenwereld die eindelijk ziet waar je voor staat. Elk van die doelen leidt tot een ander event.
Opdrachtgevers vinden dat gesprek soms lastig, omdat het meer voeten in de aarde heeft dan even een datum prikken. Sla het toch niet over. Zonder dat antwoord bouw je een programma op onderbuikgevoel en dan hangt het van toeval af of het raakt. Met dat antwoord krijgt alles wat je daarna bedenkt een richting en kun je bij elk idee toetsen of het bijdraagt. Zo werken wij ook, van strategie tot uitvoering.
Een jubileum gaat over geschiedenis en die geschiedenis is de moeite waard. Een opsomming van mijlpalen raakt alleen niemand. Twintig foto's op een scherm, een tijdlijn met jaartallen en de zaal zakt onderuit.
Het verleden werkt pas als het iets zegt over nu. Waar begon je organisatie mee en wat is daarvan overgebleven? Welke belofte deed je vijftig jaar geleden en houd je die nog steeds? Zo wordt de terugblik een spiegel en gaat het jubileum ineens over vandaag.
Daarna kun je vooruitkijken zonder dat het hol klinkt. Trots ontstaat namelijk niet doordat je zegt dat mensen trots moeten zijn. Trots ontstaat als mensen zelf zien wat ze samen hebben opgebouwd.
De grootste misser bij jubilea is dat alles in één avond wordt gepropt. Eén datum, één zaal, één programma en de dag erna is het business as usual.
Spreid het jubileum daarom uit over een langere periode. Het voortraject neemt mensen alvast mee in het verhaal, met een teaser, een oproep of een vraag aan je leden en medewerkers. Zo worden ze deelnemer in plaats van gast. Het natraject zorgt dat het effect blijft hangen, met beelden, verhalen of een vervolg dat je meteen aankondigt.
Bij het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger pakten we het zo aan. Dat is geen jubileum, wel een aanleiding die een heel jaar duurt. In plaats van losse activiteiten bouwden we één doorlopend verhaal, van de opening in februari tot het slotevenement in november. Elk moment verwees naar het vorige en kondigde het volgende aan. Daardoor bleef het jaar hangen als één beweging.
Vijftig jaar is een lange periode en zoiets laat zich moeilijk vangen. Je kunt de feiten opnoemen, alleen voelt niemand dan wat die jaren betekenden. Een theatermaker, een muzikant of een kunstenaar maakt daar iets tastbaars van. Bij De Kunst van Vrijheid werkten we met kunstinstallaties op erfgoedlocaties, waardoor bezoekers de geschiedenis van een plek zelf ondergingen. Bij Achter de Horizon brachten jongeren de herinneringen aan de bevrijding tot leven.
Makers zien vaak iets in je organisatie wat jij zelf niet meer opmerkt, omdat je er te dicht op zit. Zo krijgt het moment een eigen gezicht, in plaats van een format dat elke organisatie zou kunnen gebruiken.
Een jubileum is het moment waarop iedereen even naar je organisatie kijkt, van binnen en van buiten. Dat gebeurt zelden.
Gebruik het. Laat zien waar je vandaan komt, wat je hebt geleerd en waar je naartoe gaat.
Ga bij je eigen jubileum eerst na wat er na afloop anders moet zijn. Begin daar en de vorm volgt vanzelf.


Hoe data en AI zichtbaar maken wat er in je zaal leeft, voor een bijeenkomst die persoonlijker voelt en langer blijft hangen.


Je investeert maanden in een congresprogramma. Twintig sessies, tachtig sprekers, honderden deelnemers. De evaluaties zijn positief. Twee weken later herinnert een deelnemer zich misschien twee van die twintig sessies. De rest is weg. In deze blog vertelt Raymond Borsboom, directeur van Congress Creation, waarom dat gebeurt en hoe je het met drie aanpassingen verandert.